Daar sta ik dan voor de poort van kindertehuis Campagne. Niet wetende wat me te wachten staat. Toen mijn zwageres (als ik haar zo mag noemen) mij vertelde dat ze een donatie zouden doen aan een kindertehuis met haar dansgroep van de kerk, was ik zo enthousiast om mee te gaan, want zij zouden ook met de kinderen bezig zijn. Ik heb vaak kinderen bij me gehad, maar het waren toch wel altijd kinderen geweest van vrienden of familie met wie ik kon spelen. “Dit keer zal het dus ook niet veel anders zijn”, dacht ik.
Mijn blik viel gelijk op een kleintje, van wie ik later te horen kreeg dat zijn naam Moses was. Wij gingen naar binnen om voorbereidingen te treffen en de kinderen gehoorzaamden zich op de banken aan tafel. Ik durfde niet te tellen hoeveel er waren, maar er kwamen zich steeds meer aansluiten totdat ze allemaal zij aan zij aan tafel zaten.
Ik mengde mij in bij de jongste groep, want zij keken vol verwachting naar deze onbekende mensen. Vol verwachting, misschien ergens ook wel een beetje hoop. Al gauw steekten de kleintjes hun handjes naar mij uit om mij te vertellen hoe zij heten en hou oud zij waren. Moses, helemaal druk in zijn eigen wereld, was maar ampertjes twee dus sprak niet veel verstaanbaars. Zijn oudere vriendjes stelden hem aan mij voor.
Ivarito, werd die dag 22 juli 2017, 4 jaar. Ik keek om me heen en zag er roze ballonnen en slingers met 70 erop, niet zijn feestje dus. Wat ouders allemaal voor hun kinderen deden als ze jarig werden, daarvan was er daar dus niets van te merken. Toch vertelden de kinderen het daar vol blijdschap dat hij vandaag jarig was en iedereen wilde jarig zijn. Van mij mocht dat wel, dus ik feliciteerde allemaal.
Ik raakte aan de praat met een van de begeleiders die er dus sinds baby daar was en nu op een leeftijd van 29 vaak terug ging om er te helpen. Intussen is hij dus getrouwd en heeft een vrouw en kinderen. Mijn hart liet even een luchtje los (het komt dus ook wel goed). Hij me vertelde wat oppervlakkig over de kinderen. Allemaal achtergelaten om verschillende hartverscheurende redenen. Deze kinderen waren mijn tegenstelling, de meeste van hen waren kinderen zonder (verzorgende) ouders. Helemaal hulpeloos en afhankelijk van vreemden en elkaar.
De kleintjes keken je aan met tintelende ogen, nog helemaal puur en ongedeerd. De middelgrote kindjes zaten rustig in een hoek voor zich uit te staren, beetje verlegen en onzeker, enkele met gemotiveerde durf. De tieners leken mij veel sterker in hun schoenen te staan, zo in groepjes. Maar allemaal keken je aan met een blik, eenzelfde blik … “Kun je me even zien?”
Ergens had ik toch verwacht een leuke dag te hebben met deze kinderen en ik ben er zeker van dat zij dat wel hebben gehad. Maar ik kon niet veel, ik kon op dat moment niet veel meer dan een paar van hun even op mijn schoot te nemen en een brasa te geven. ‘s Avonds heb ik mijzelf die avond huilend in slaap gesust, denkende aan Moses en “mijn boek met bijbelverhalen”.